Blog: Varianten overheidsstimulering voor technische innovaties

door Maurice Ilmer - leestijd 3 minuten

De Nederlandse overheid stimuleert de ontwikkeling van technische innovaties op verschillende manieren. Denk hierbij aan fiscale maatregelen, kredieten en subsidies. Daarnaast zijn er ook private initiatieven beschikbaar voor innovatieve ondernemers. In deze blog leg ik je graag uit wat de verschillen zijn en welke initiatieven ik vanuit mijn rol bij Ugoo vaak tegenkom. Ik herken vier categorieën:

Fiscale maatregelen

  • WBSO: een generieke fiscale maatregel waarmee de Nederlandse overheid technologische vernieuwing, in ruime zin, wil stimuleren. Met deze regeling kunnen private kosten van R&D verminderd worden. Hierbij kun je denken aan loonkosten van eigen personeel dat in technische zin is betrokken en andere kosten en uitgaven (denk: materialen specifiek voor prototypes of onderzoeksapparatuur). De WBSO biedt een mindering op de af te dragen loonheffing (is loonbelasting + premie volksverzekeringen).
  • Innovatiebox: subsidie op de winst die voortkomt uit innovaties. Met de Innovatiebox kan men winst uit R&D afrekenen tegen 7% VPB (i.p.v. 20 – 25%). Er zit geen maximum aan de winst die via deze belastingsubsidie tegen een lager tarief afgerekend kan worden. Ik zie dan ook in de praktijk dat de baten van deze regeling vaak veel interessanter zijn dan de WBSO. Voorwaarde is wel dat het ontwikkelproject van de innovatie eerder is gevat in een WBSO-aanvraag of dat er een octrooi op het product of principe is toegekend.

Subsidiëring van projectkosten; de spreekwoordelijke ‘zak met geld’:

Voor de subsidiering van projectkosten bestaan regelingen voor individuele bedrijven en consortia van meerdere (in de regel twee of meer) bedrijven. De populairste en meest laagdrempelige zijn per categorie:

Individuele bedrijven:

  • MIT-haalbaarheid: subsidie van 25.000 euro. Binnen deze regeling kunnen 40% van de kosten voor een haalbaarheidsstudie (concurrentieanalyse, marktonderzoek etc) gesubsidieerd krijgen. Hierbij kan (max. 40%) industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling tot de extra opties behoren.
  • DHI: subsidie van 100.000 of 200.000 euro, afhankelijk van het instrument. Met de DHI krijgen exporterende en investerende mkb-bedrijven ondersteuning bij het ondernemen in het buitenland.

Consortia:

  • MIT-R&D samenwerkingsproject: subsidie van € 50.000 tot € 350.000 per innovatieproject, waarvan maximaal € 100.000 per deelnemer. Binnen deze regeling zijn 35% van de kosten voor een ontwikkeling of onderzoek (wat voor gezamenlijke rekening en risico in een samenwerkingsverband van minimaal 2 mkb-ondernemers) subsidiabel.

Kredieten

Naast fiscale programma’s en subsidies zijn kredieten ook een populair middel om technische innovaties te financieren. Ik zie dat er steeds meer kredietinitiatieven aangekondigd worden, vooral omdat de overheid de afstand voor MKB-bedrijven tot de traditionele kredietverleners, banken, wil verkleinen. Groot voordeel voor bedrijven is dat het innovatieproject vaak niet aan hoeft te sluiten bij (maatschappelijke) thema’s, waar dit bij subsidies wel is. Dit maakt de drempel vaak lager.

  • Innovatiekrediet: krediet van maximaal 10 miljoen euro. Kleine ondernemingen (tot 50 werknemers en 10 miljoen omzet) kunnen met het innovatiekrediet 45% van de ontwikkelingskosten van een project. Om aanspraak te kunnen maken op het krediet moet het ontwikkelingsproject producten, processen of diensten voortbrengen die in technische zin nieuw zijn voor Nederland en commercieel gezien een goede business case biedt. Het ontwikkelingsproject moet zich bevinden in de fase tussen bewezen technische haalbaarheid en marktintroductie.
  • Vroegefasefinanciering (VFF): krediet van minimaal 50.000 tot maximaal 350.000 euro. Dit kredietprogramma biedt een risicodragende geldlening, die MKB-bedrijven, innovatieve en academische starters kunnen gebruiken om de commerciële haalbaarheid van hun concept te toetsen op de markt.

Overige, semi-publieke overheidsstimulering.

Om de risico-rendementsverhouding voor private investeerders te verbeteren en de financieringsmogelijkheden voor technostarters en creatieve starters te vergroten, heeft de Nederlandse overheid een publiek-privaat initiatief gestart: Seed Capital. Dit is een verzameling aan fondsen dat technostarters en creatieve starters elk een eigen investeringsstrategie en -focus voorzien van risicokapitaal, kennis en hun netwerk. Deze publiek-private fondsen bieden financieringsmogelijkheden voor toepassingen in onder andere medische technologie (health-care), life-sciences, duurzaamheid en ICT.

Meer informatie?

Weet dat dit lijstje niet uitputtend is. Overheidsstimulering uit zich in vele vormen. De mogelijkheden voor bedrijven verschillen per casus. Het loont daarom altijd om je innovatieproject even telefonisch voor te leggen aan ons. Ervaring leert dat we vaak binnen een kwartiertje al een eerste inschatting kunnen maken.

Wil je weten waar jij aanspraak op kunt maken? Neem contact op met mij of met een van mijn collega’s via 020-3655531.