Blog: Agile-ontwikkeling en WBSO: een gelukkig huwelijk?

door Peter Laurens van Keulen - leestijd 4 minuten

Als subsidie-experts voor IT-ondernemers is het vinden van oplossingen om de verschillen te slechten tussen de IT-praktijk en de subsidietheorie dagelijkse kost. Tegen die achtergrond gaat deze blog over hoe de lean-startup- of de agile werkwijze te verenigen is met een WBSO-aanvraag. Voor deze subsidie wordt een betrekkelijk lange, maar gedetailleerde vooruitblik op de voorgenomen innovaties gevraagd. Dit schuurt wellicht met de korte cycli waarin versies van software-features worden opgeleverd. Wij zijn er desalniettemin van overtuigd dat agile-ontwikkeling en WBSO een gelukkig huwelijk kunnen zijn!

Agile-ontwikkeling en WBSO

Gedreven door de wens om flexibel te zijn en producten te ontwikkelen die aan de verwachtingen van de eindgebruiker voldoen, zien we bij veel klanten een transitie naar een agile- of lean-startup manier van werken. Veel bedrijven trappen de week af met een stand-up- of scrum-sessie waarin de te tackelen problemen worden doorgenomen. Doel is om in een tijdsbestek van 2 – 4 weken een werkende software-feature op te leveren. Door de tijdspanne kort te houden, houd je grip op het proces. Agile-ontwikkeling heeft wat dat betreft voor veel bedrijven inmiddels haar waarde bewezen.

In de technische uitvoering is bij veel klanten ruimte gemaakt voor test-driven-development. In plaats van je eerst op een technisch ontwerp te bezinnen, het daarna te programmeren en te testen, vormt het vertrekpunt van deze aanpak het schrijven van de test. Op het moment dat je gaat ontwikkelen, zal het component na de eerste iteraties die test niet doorstaan. Een aantal versies verder zal het component dermate volwassen zijn dat het de aanvankelijke test passeert, en het liefst natuurlijk met ‘flying colours’!

S&O is systematisch, voorgenomen (en een ‘tikkie’ wetenschappelijk)

WBSO is geschikt voor de ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur. De ontwikkelactiviteiten kwalificeren als deze systematisch worden uitgevoerd. Ontwikkeluren komen voor WBSO in aanmerking als deze besteed worden aan ontwikkeling die voorgenomen is. Dit betekent dat er een verband bestaat tussen uitdagingen die zijn omschreven in het subsidieproject en activiteiten die je tijdens de uitvoering onderneemt. Reden is dat de toetsing van het project aan de voorkant plaatsvindt. Dan is het criterium van de voorgenomen ontwikkeling een logische voorwaarde om te bewaken dat subsidiegelden effectief worden ingezet. Dus wil je succesvol van WBSO gebruikmaken, dan betekent dit dat je je voor een duur van 3 tot 12 maanden committeert aan datgene dat je in de aanvraag omschreven hebt.

De subsidieverstrekker omschrijft een R&D-cyclus als een proces waarin je start met het opstellen van een technisch ontwerp van wat je wilt ontwikkelen. Als de contouren van de ontwikkeling in het ontwerp zijn vastgelegd, start je met programmeren. Kom je daarbij een technisch knelpunt tegen, dan betekent dit dat het vlaggetje ‘WBSO’ gehesen wordt. WBSO gaat immers over het oplossen van deze technische knelpunten. Na een oplossing voor het technische knelpunt bedacht en ontwikkeld te hebben, is het tijd voor de ‘proof of the pudding’: je gaat toetsen of het ontwikkelde prototype voldoet aan de vereisten die in het technische ontwerp waren vastgelegd.

De ideaalaanpak van de subsidieverstrekker beschrijft een wetenschappelijke benadering, waarin eerst de probleemstelling wordt bepaald, voordat wordt aangevangen met de ontwikkeling van een innovatie. De ideaalaanpak sluit het beste aan bij wat in de IT-praktijk de watervalmethode genoemd wordt. Zonder hierop in te gaan, zien we bij veel klanten dat deze watervalmethode op een zijspoor is gezet, vanwege de voordelen van de agile en lean-startup manier van werken.

Van agile-ontwikkeling en WBSO een succes maken?

De IT-ondernemer en de subsidietheorie kiezen uiteenlopende vertrekpunten in de aanpak die resulteert in innovaties waarvoor de WBSO bedoeld is. Op het eerste gezicht lijken deze niet verenigbaar. Immers de industrie werkt agile, terwijl een WBSO-aanvraag een tijdshorizon verlangt die veel langer is dan een sprint. Ook is de aanpak in het oplossen van technische problemen invers aan elkaar gerelateerd: daar waar de IT-ondernemer start met het schrijven van de test, ziet de subsidieverstrekker dit als sluitstuk van de innovatie.

Deze strijdigheden en conflicten overziend, is het niettemin heel goed mogelijk om met een agile aanpak tot een succesvolle subsidieaanvraag te komen. Wél vraagt dit flexibiliteit van IT-ondernemers om in de aanvraag aan alle toelatingscriteria te voldoen. Het tonen van lenigheid, of agility, is hierbij dus de sleutel tot succes om de beide werelden samen te brengen. Dus practice what you preach, wat ons betreft! Om je hiermee enigszins op weg te helpen ontvang je onderstaand een aantal tips om dit uit te voeren:

  • Minimaliseer het moment tussen indienen en de start van de aanvraagperiode. Vind je het lastig om vooraf te bepalen welke technische uitdagingen je verwacht, dan is het mogelijk om een vormvrije aanvraag in te dienen. Deze aanvraag vul je dan in de maand vóór de start van de periode aan. Je zit zo dichter op de bal; het stelt je in staat meer gedetailleerd de probleemstellingen te beschrijven.
  • Het kiezen van kortere subsidieperioden levert wellicht een beter fit met kortcyclische ontwikkeling. Belangrijke aandachtspunten zijn dat deze periode minimaal 3 maanden is, en dat per jaar maximaal 3 aanvragen mogen worden gedaan. Plan dus zorgvuldig bijv. evenredige perioden van 4 maanden.
  • Bepaal het detailniveau van technische inhoud verstandig. Als je besluit voor een lange periode aan te vragen is het wellicht aan te bevelen om de technische uitdagingen wat abstracter te formuleren om flexibiliteit te hebben in de uitvoering van de eigen R&D. Let erop dat het risico op aanvullende vragen door de subsidieverstrekker hierdoor wordt vergroot; zij willen immers concrete problemen.
  • Leg de focus op generieke ontwikkeling. Terwijl je in de kortdurende iteraties natuurlijk veel nieuwe innovaties op kan doen, is het aan te bevelen om in je aanvraag meer generieke ontwikkelingen te beschrijven: waar wil je over 1 jaar staan in de techniek, en welke hordes dien je hiervoor te nemen? Door deze vraag te beantwoorden, ben je wellicht in staat om de inhoud minder afhankelijk te maken van de twee- of vierwekelijkse sprints waarin de ontwikkelcycli plaatsvinden.

Het superieure alternatief is vanzelfsprekend om contact te zoeken met één van de adviseur van Ugoo. We gaan graag met je om tafel om maximale fit te bereiken tussen jouw ontwikkelpraktijk en de WBSO! Laat vooral weten hoe we je kunnen helpen om het maximale uit jouw traject te halen.